Ze moeten er nog veel zijn in Zaltbommel: tekeningen, aquarellen en schilderijen van Gerard Menken (1919-2004). Menken groeide op in Genderen, waar zijn vader dominee was. Als jongen hield hij van tekenen en muziek. Hij speelde voor zijn plezier op het orgel van de dorpskerk en zou later op verschillende conservatoria orgel, koordirectie en schoolmuziek studeren. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde Menken zich in Zaltbommel, waar hij muziekles gaf en organist werd van de Sint Maartenskerk.

Hoewel de muziek zorgde voor een financiële basis, voelde Menken zich meer een schilder. In zijn jeugd trok hij met zijn schetsboekjes, later ook met olieverf en doek, naar buiten om het Bommelerwaardse landschap vast te leggen. Hij kwam in contact met Willem Witjens (1884-1962), een bekende Haagse schilder die in het gehucht Bern woonde en werkte. Hij gaf Menken aanwijzingen en tips om zijn schilderkunst te verbeteren.

Toen Menken in 1945 naar Zaltbommel verhuisde, was er in de stad een groot tekort aan woonruimte. Eigenaren van grote stadspanden werden daarom verplicht om woningzoekenden in hun huizen op te nemen. Zo kreeg Menken in 1949 woonruimte op de zolder van Ruiterstraat 10. Daar had hij een atelier met mooi noorderlicht en uitzicht op de Gasthuistoren. Hij schilderde in deze periode met name stads- en riviergezichten. Hoewel hij figuratief bleef werken, experimenteerde hij wel met stijlen, technieken, kleuren en vormen. In de jaren ‘50 had hij regelmatig exposities in Zaltbommel, onder andere bij de firma Pekelharing. In 1961 verhuisde Menken naar Nijmegen. Van 1969 tot zijn dood in 2004 woonde en werkte hij in Kloetinge in Zeeland.

Eerder dit jaar kreeg het Stadskasteel twee werken van Menken geschonken en recent heeft het museum deze vroege tekening van Menken aan de collectie kunnen toevoegen. De 40 kunstwerken uit de museumcollectie geven een mooi beeld van Menkens Bommelerwaardse periode.

Gerard Menken, Gezicht vanuit de Oliestraat, 1941